verzetje

/vərˈzɛcə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. elke vorm van verstrooiing die iemand wat afleiding bezorgt, bijvoorbeeld een avondje uit
    Je hebt wel een verzetje verdiend.

Etymologie

*[2] afgeleid van "verzet" als stam van "verzetten" (5) "afleiding of vermaak bezorgen", in de betekenis van ‘ontspanning’ aangetroffen vanaf 1806

Vertalingen

DuitsZerstreuung