verzadigen
/vərˈzadəɣə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) tot bevrediging voeren, geheel aan een behoefte voldoenHet leven verzadigt de mens, net als goed eten.
- (erga) tot de grens bereikt is toenemenDe markt is nu echt wel verzadigd.
Etymologie
*Afgeleid van het verouderde werkwoord verzaden
Vertalingen
Engelscharge
Spaansahitar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek