verwonden

/vərˈwɔndə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) lichamelijk letsel veroorzaken
    De pijl verwondde de ruiter.
  2. refl (refl) lichamelijk letsel oplopen
    Hij viel in het prikkeldraad en verwondde zich lelijk.

Etymologie

* maar met een klinkerwisseling i-o (ː /ɪ/ - /ɔ/)

Vertalingen

Engelsinjure, hurt, wound
Fransblesser
Duitsverwunden, verletzen
Spaansherir, lesionar