vervoerscapaciteit

vrouwelijk (de)/vərˈvurskapasiˌtɛit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. transport (transport) het maximale aantal eenheden (voertuigen, vervoerseenheden of voetgangers) dat een doorsnede van de infrastructuur per tijdseenheid kan passeren
  2. de capaciteit van een vervoermiddel om een hoeveelheid lading te vervoeren