vervloeken

/vərˈvlukə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) een vloek over iemand of iets uitspreken
    Job vervloekte de dag dat hij geboren was.
    Waarschijnlijk was het helemaal niet terecht geweest dat hij de twee Duitse schrijvers had vervloekt die om een of andere reden niet samen in het Grand Hotel in Saltsjôbaden wilden verblijven, zodat een van hen, helaas de bolsjewiek en niet de Nobelprijswinnaar, bij hen thuis in Villa Bellevue moest logeren.
  2. tweede betekenisomschrijving
    Zin met het vervloeken in de tweede betekenis erin.
  3. enz.

Etymologie

*afgeleid van vloeken