vervlakking

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verschillen verminderen, zodat er iets eentoniger, homogener, saaier wordt
    Tegen het advies van de artsen in, stopte ze met haar medicijnen. Die zorgden er namelijk voor dat haar stemmingen vervlakten. „Ik herkende mezelf niet meer. De psychiater vond dat juist een goede ontwikkeling, omdat ik de kwaal de baas was. Maar voor mijn gevoel zitten die stemmingswisselingen juist in mijn karakter. Ik verkies een leven met pieken en dalen boven de grijze middellijn.”de Telegraaf MARION VAN ES 11 apr. 2017
  2. ongevoeliger worden, afgestompt raken
    Naast de koffiepauze, de dweilpauze en de penopauze, is er nu ook de relatiepauze, voorheen aangeduid met 'time-out'of 'afkoelingsperiode'. Het is een belangrijk psychologisch fenomeen omdat het bedrijven van de liefde kan leiden tot emotionele uitputting en geestelijke vervlakking.de Telegraaf JEFFREY WIJNBERG 07 nov. 2016
  3. het armer en minder levendig worden
    Na alle eerdere bezuinigingen is er gevaar voor vervlakking en verschraling ontstaan doordat festivals en podia veilig gaan programmeren. Mooi zou zijn om ook geld te geven aan nieuwe artistieke programmering en geld te steken in ontwikkeling voor aanstormend talent.”de Telegraaf 20 sep. 2016

Etymologie

* van vervlakken

Vertalingen

Engelsplanation