verval

onzijdig (het)/vərˈvɑl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. geleidelijke verslechtering van een toestand
    Je ziet ook hoe het leven langzaam uit de Route is weggetrokken. De romantiek van het verval is overvloedig aanwezig. Verlaten, met gras en onkruid overwoekerde tankstations.
  2. het niet meer gelden, het afgeschaft zijn
  3. waterbeheer (waterbeheer) verticale verloop van een watergang tussen twee plaatsen of bij eb en vloed op eenzelfde plaats
    Het verval van de Rijn tussen Lobith en de kust is ongeveer 8,5 m
  4. terugval in de prestatie als gevolg van toenemende vermoeidheid
  5. natuurkunde, scheikunde (natuurkunde), (scheikunde) radioactief verval van isotopen

Etymologie

*: "vervallen" zonder de uitgang -en

Vertalingen

Engelsadversity, decay, fall
DuitsGefälle
Spaansadversidad, baja, decadencia