vertrouwensband

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. intermenselijke relatie die gebaseerd is wederzijds respct en vertrouwen
    En ze spraken verder over uitgaven en verwachte veeprijzen, waarbij ze terugvielen op hun oude verstandhouding, hun oude kameraadschappelijkheid, en Theo voelde weer diezelfde aantrekkingskracht, die sterke vertrouwensband.
    Sinds april hebben de twee politici veel tijd met elkaar doorgebracht en veel met elkaar gesproken. Kaag zegt dat, wanneer je problemen kunt overwinnen "met mensen van wie je van heel ver moet komen", de relatie ook juist kan groeien. "Dan heb je een veel sterkere vertrouwensband dan met degenen die je dacht te kunnen vertrouwen", aldus Kaag.