verstijving

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het minder soepel en beweeglijker worden van iets of iemand
    Het is namelijk een gewoon verschijnsel dat het gelaat van een gestorvene, ondanks de starheid en verstijving des doods, de reeds langvergeten uitdrukking der sluimerende kindsheid aanneemt en de prille aanblik der eerste levensjaren biedt; zo kalm en vredig wordt het weer dat degenen die de gestorvene in zijn gelukkige kindertijd hebben gekend vol ontzag naast de kist neerknielen en reeds hier op aarde een engel in hem zien.

Etymologie

*afleiding van (nomact) van verstijven