verstieren

/vərˈstirə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. van koeien die na het kalveren aan de brulziekte lijden; wild en woest zijn
  2. verpesten door vervelend en onrustig gedrag

Etymologie

*[2] verbastering van versjteren [https://www.nrc.nl/nieuws/2017/01/25/de-boel-verstieren-6394006-a1542966 De boel verstieren (25 januari 2017) op website: nrc.nl]; geraadpleegd 2019-09-12[https://web.archive.org/web/20190710035312/http://taalisman.nl/52-verstieren/ 52. Verstieren (april 2017) op website: taalisman.nl]; geraadpleegd 2019-09-12

Uitdrukkingen

  • de boel lopen te verstierenonrust zaaien