verspreider

mannelijk (de)/vərˈsprɛidər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. degeen die ervoor zorgt dat iets op veel plaatsen aanwezig is
    Deze vogel eet de vruchten en wordt zo via de vogelpoep een verspreider van de zaden.
  2. communicatie (communicatie) persoon of organisatie die ervoor zorgt dat iets bij veel mensen bekend wordt
    Zijn krant is een verspreider van leugens geworden.
  3. persoon, medisch (persoon) (medisch) iemand die veel anderen met een ziekte besmet
    De verspreider van het virus woonde in Wuhan.

Etymologie

*afgeleid van verspreiden