verspilling

vrouwelijk (de)/vərˈspɪlɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het teloor laten gaan van iets waardevols door nalatigheid
    De verspilling van de natuurlijke hulpbronnen van de aarde is een bron van grote zorg.
    Thuis bij oom Hans Olaf, Alice, Ariadne en Sebastian hadden ze jaren geleden alles wat gezien kon worden als verspilling of onmatigheid afgeschaft en eerder een álternatieve kerst'georganiseerd, zoals Ariadne spottend zei.

Etymologie

* van verspillen .

Vertalingen

Engelswaste
Fransgaspillage
DuitsVerschwendung
Spaansderroche, desperdicio, despilfarro