verslaan

/vərˈslan/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) een definitieve overwinning boeken op een tegenstander
    Napoleon werd bij Waterloo verslagen.
    Er waren duidelijke redenen voor dat hij deze korte discussie in een treincoupé tussen Katrineholm en Skôvde nooit vergeten was. Het was de eerste keer dat hij voor zichzelf moest erkennen dat hij kansloos verslagen was in een discussie. Of meer nog — ze had hem ervan overtuigd dat hij ronduit fout zat.
  2. ov (ov) ergens verslag van doen
    Een wedstrijd verslaan.

Etymologie

*Afgeleid van slaan .

Vertalingen

Engelsdefeat
Fransbattre, vaincre
Duitsbesiegen, schlagen
Spaansvencer, batir, derrotar
Portugeesabater