verschotten
/vərˈsxɔtə(n)/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (handel), (bouwkunde) additionele kosten die een opdrachtnemer moet maken voor de uitvoering van een opdrachtDe kosten zijn begroot op €444,11 aan verschotten.
- (juridisch) (advocatuur) griffierechten, deurwaarderskosten, reis- en verblijfkosten
- (juridisch) (taxateurs, deurwaarders) leges en kadasterkosten betaald bij het uitvoeren van een opdrachtIn zijn nieuwsbrief schrijft KNB-voorzitter Nick van Buitenen medio juli: „Notarissen horen niet te verdienen aan leges en verschotten, die horen één-op-één te worden doorberekend aan onze cliënten. Verdienen doen we met ons honorarium.”
Etymologie
*"verschot" met de uitgang -en
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek