verprutsen
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- iets waardeloos maken, iets verknoeien, verpestenDe vlek verprutste de mooie trouwjurk en daarmee ook de hele bruiloft.
- niet nuttig gebruikenHij verprutste zijn tijd, geld en moeite door maar te blijven werken aan de onmogelijke uitvinding.
Etymologie
*afgeleid van prutsen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek