verpleegtehuis

onzijdig (het)/vərˈplextəˌhœys/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. instelling waar mensen kunnen verblijven die niet langer de specifieke zorg van een ziekenhuis nodig hebben, maar die niet gezond genoeg zijn om thuis te wonen
    Zijn heupen waren versleten. Hij kon zichzelf niet langer onderhouden. „En ik wil niet naar een verpleegtehuis”, zei hij.
  2. gebouw bestemd voor de verzorging van mensen die niet langer de specifieke zorg van een ziekenhuis nodig hebben, maar die niet gezond genoeg zijn om thuis te wonen
    Zo staan om de door de Frits van Dongen ontworpen woonwijk Het Funen hekken, met smalle toegangen tot de wijk. Dat was bij De Drie Hoven, het nu grotendeels gesloopte verpleegtehuis in Amsterdam Nieuw-West anders. Daar stond rondom het parkje bij het complex geen enkel hek, zodat de buurtbewoners zonder omlopen het terrein van De Drie Hoven op konden.