verpleegkundige

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. medisch, beroep (medisch), (beroep) iemand die beroepshalve patiënten verpleegt
    De musici zwaaien naar de man en verlaten zijn kamer. Groot: „Deze meneer probeerde zijn ene hand bij de andere te krijgen. Misschien wilde hij voor ons klappen.” Een verpleegkundige begint even later een gesprekje met de patiënt over de gespeelde muziek. Reformatorisch Dagblad Gert de Looze 12-01-2019 [https://www.rd.nl/muziek/een-menselijke-noot-op-de-intensive-care-1.1540287 Een menselijke noot op de intensive care]
    Er is uiteraard geen magazijnmedewerker, secretaresse of verpleegkundige die in aanmerking komt voor een sabbatical. [https://www.parool.nl/columns-opinie/zo-n-sabbatical-of-gap-year-na-de-studie-noemden-we-dat-vroeger-niet-gewoon-een-vakantie~bd4b83b5/ www.parool.nl (22 mrt 2025)]
  2. medisch, beroep (medisch), (beroep) een deskundige in de verpleegkunde

Etymologie

*Afgeleid van verpleegkundig

Vertalingen

Engelsnurse, nurse
Fransinfirmier, infirmière, infirmier
DuitsKrankenpfleger, Krankenschwester, Krankenpfleger
Spaansenfermero, enfermera, enfermero