verplanten

/vər.ˈplɑn.tə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) (een plant of struik) op een andere plaats zetten
    Mijn zus wilde graag die begonia verplanten naar de tuin bij het nieuwe huis.

Etymologie

*Afgeleid van planten .

Vertalingen

Engelstransplant, plant out
Franstransplanter
Duitsverpflanzen, umpflanzen
Italiaanstrapiantare