verontrusten

/vərɔntˈrʏstə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) ongerust maken, zorgen baren
    De resultaten tot nu toe verontrusten hem nog niet.

Etymologie

*Afgeleid van onrust .

Vertalingen

Engelsdisturb, disquiet
Fransinquiéter, alarmer
Duitsbeunruhigen
Spaansinquietar, preocupar, asustar