verongelukken
/vərˈɔŋɣəˌlʏkə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (erga) bij (tot personen) een ongeluk om het leven komenHij is op weg in de Alpen verongelukt.Elk jaar verongelukken er gemiddeld 3 hikers op de PCT.
- (figuurlijk) mislukken, niet goed terechtkomenJe kan wel zeggen dat hij verongelukt is.|Hij heeft niets bereikt van wat hij beoogde.
- (voertuigen) onbruikbaar worden door een ongelukBij een kettingbotsing zijn gisteravond tien auto's verongelukt.
Etymologie
*Afgeleid van ongeluk .
Vertalingen
Engelsverunglücken, die in a crash
Spaansperecer, accidentarse
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek