verongelukken

/vərˈɔŋɣəˌlʏkə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) bij (tot personen) een ongeluk om het leven komen
    Hij is op weg in de Alpen verongelukt.
    Elk jaar verongelukken er gemiddeld 3 hikers op de PCT.
  2. figuurlijk (figuurlijk) mislukken, niet goed terechtkomen
    Je kan wel zeggen dat hij verongelukt is.|Hij heeft niets bereikt van wat hij beoogde.
  3. (voertuigen) onbruikbaar worden door een ongeluk
    Bij een kettingbotsing zijn gisteravond tien auto's verongelukt.

Etymologie

*Afgeleid van ongeluk .

Vertalingen

Engelsverunglücken, die in a crash
Spaansperecer, accidentarse