verloving

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het verloven
    De verloving geschiedde op het gemeentehuis.
  2. het verloofd zijn
    Op zijn ziekbed vertelde hij een familielid van zijn jeugdliefde Regine Olsen, met wie hij de verloving veertien jaar eerder had verbroken.
    'Hoelang is deze ' Ze zoekt naar het juiste woord, want ze krijgt het niet over haar lippen om dit een verkering of een echte verloving te noemen.
    Zij hadden een verloving in de drie jaar voorafgaand aan het huwelijk.

Etymologie

* van verloven