verkrachting

vrouwelijk (de)/vərˈkrɑxtɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. misdaad, seksualiteit (misdaad), (seksualiteit) gewelddaad die leidt tot het seksueel binnendringen van de vagina of anus (met de penis of een voorwerp) tegen de zin in van het slachtoffer
  2. juridisch (juridisch)
  3. (Nederlands Wetboek van Strafrecht, § 242) door geweld of een andere feitelijkheid of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid iemand [dwingen] tot het ondergaan van handelingen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam
  4. (Belgisch Wetboek van Strafrecht, § 375) elke daad van seksuele penetratie van welke aard en met welk middel ook, gepleegd op een persoon die daar niet in toestemt
    Hij werd veroordeeld voor geweldpleging en verkrachting.
  5. figuurlijk (figuurlijk) ernstige overtreding of schending (van de wetten, rechtsstaat e.d.)
  6. figuurlijk (figuurlijk) door een slechte opvoering bederven (van een toneelstuk, e.d.)

Etymologie

*van Middelnederlands "vercrachtinge" / "vercrachtinghe", van verkrachten

Vertalingen

Engelsrape, sexual assault
Fransviol
DuitsVergewaltigung
Spaansviolación
Zweedsvåldtäkt
Deenssexovergreb, seksuelt overgreb