verkoopdag

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. dag dat men iets mag verkopen; dag dat men iets verkoopt
    ‘Eerste verkoopdag vuurwerk trekt veel mensen’
    Drogisterijen lieten voor het eerst sinds weken echter een verkoopdaling zien ten opzichte van dezelfde week vorig jaar. Dit heeft waarschijnlijk deels te maken met het feit dat afgelopen week vanwege Pasen een verkoopdag minder telde.

Vertalingen

Engelsday of sale