verkiezingsleus
mannelijk/vrouwelijk (de)/vərˈkizɪŋsˌløs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (politiek) slagzin die mensen opwekt op een bepaalde partij of kandidaat te stemmenBij de 70-plussers won hij het ongelooflijke percentage van 70 procent der stemmen, en 61 procent bij de 60- tot 69-jarigen. Terwijl “terug aan het werk” zijn verkiezingsleus was, dankte hij zijn eigen zege aan kiezers die niet langer werken.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek