verkeersleider

mannelijk (de)/vərˈkerslɛidər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep, verkeer (beroep) (verkeer) iemand die lucht-, weg-, trein- of waterverkeer regelt
    De netwerkverkeersleiding (oude benaming: verkeersleiders) delen bij afwijking van de dienstregeling paden (tijd-ruimtecombinaties) toe aan de verschillende treinen en beheren de resterende spoorcapaciteit.