verkeersagent

mannelijk (de)/vər'kersaxɛnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. politieagent die het verkeer regelt
    "Onder de slachtoffers is ook een verkeersagent, die op het incident afkwam. Hij heeft zware, maar geen levensbedreigende verwondingen."Tubantia 4 juni 2017
    Er valt genoeg te lachen, maar ongemak is het hoofdingrediënt, van een scène met een verkeersagent die op het nippertje niet uit de hand loopt tot een pitch waar de jonge zwarte ondernemer eerst aan de witte geldschieters moet vertellen waar hij zijn sneakers heeft gekocht.Volkskrant Mark Moorman 15 november 2017
    Ochtenspits, middagspits, avondspits in de stad. Nooit leuk. In de Filipijnen is er in elk geval één verkeersagent die voor verzachtende omstandigheden zorgt. Hij lijkt een attractie op zich.NRC Jules Seegers 21 januari 2012

Etymologie

* Leenvertaling van Frans , aangetroffen sinds 1889.

Vertalingen

Engelstraffic officer, traffic cop
Fransagent de circulation, agent
DuitsVerkehrspolizist, Verkehrspolizistin
Spaanspolicía de tráfico