verhogen

/vərˈhoɣə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) hoger doen worden
    De regering verhoogde de uitgaven ter stimulering van de economie.
    De ECB zit daardoor in een spagaat: inflatie beteugelen door de rente te verhogen of een recessie voorkomen door de rente te verlagen.

Etymologie

*afgeleid van hoog en

Vertalingen

Engelsraise, increase
Fransaugmenter
Duitserhöhen
Spaansaumentar, elevar, realzar