verhemelte
onzijdig (het)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (anatomie) bovenste begrenzing van de mondholte, aan de voorkant bestaande uit een hard en benig, aan de achterkant uit een vlezig en beweeglijk gedeelteHet harde en zachte verhemelte.
- overdekking bij een troon, hemelbed of preekstoel
Etymologie
* In de betekenis van ‘gehemelte’ voor het eerst aangetroffen in 1494
Vertalingen
Engelspalate
Franspalais
DuitsGaumen
Spaanspaladar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek