verhemelte

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. anatomie (anatomie) bovenste begrenzing van de mondholte, aan de voorkant bestaande uit een hard en benig, aan de achterkant uit een vlezig en beweeglijk gedeelte
    Het harde en zachte verhemelte.
  2. overdekking bij een troon, hemelbed of preekstoel

Etymologie

* In de betekenis van ‘gehemelte’ voor het eerst aangetroffen in 1494

Vertalingen

Engelspalate
Franspalais
DuitsGaumen
Spaanspaladar