vergevingsgezindheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de neiging om vergiffenis te schenken, iemand een kwade of verkeerde daad niet langer toe te rekenenEen crisis bezweer je met regels, maar ook met verdraagzaamheid, begrip en vergevingsgezindheid. Ze zullen het vast hebben behandeld in die overvolle kerk in Staphorst: ‘Hij die zonder zonde is, werpe de eerste steen’.'Mevrouw, prinses Elfilda is een schitterende ster die aan het koninklijk firmament straalt, waar ze ook thuishoort.'Hij deed geen poging zijn minachting te verbergen. 'Dat ze u en uw dochters hier uitnodigt voor het souper is een teken van haar medeleven, vergevingsgezindheid en gulheid. 'Inderdaad, meneer,' mompelde ik. 'Dat is inderdaad zo.'
Etymologie
* afleiding van vergevingsgezind
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek