vergeven
/vərˈɡevə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) vergiffenis schenken, iemand een kwade of verkeerde daad niet langer toerekenenVergeef ons onze schulden, zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven.Bron: {{w|nld|Onzevader|OnzevaderIk ben bereid het hem te vergeven.
- (ov) iemands gezondheid schaden door het toedienen van vergift
- iemand iets schenkenToen het loket in maart voor de eerste keer openging, was het geld ook binnen enkele uren vergeven. Door de grote toestroom ontstonden toen zelfs IT-problemen.
Etymologie
*Afgeleid van geven .
Vertalingen
Engelsforgive, condone, pardon
Franspardonner, empoisonner
Duitsvergeben, vergiften
Spaansperdonar, emponzoñar, envenenar
Italiaansperdonare
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek