verdwijntruc

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. goocheltoer waarbij een voorwerp op een onverklaarbare manier plotseling verdwijnt
  2. het plotseling op een onverklaarbare manier niet meer zichtbaar zijn
    Hij kwam terug van zijn maandelijkse verdwijntruc en was op weg naar huis.
    Het Spaanse verbond voor Slachtoffers van Terrorisme spreekt van "een verdwijntruc, een pantomime, een farce".