verdrijven

/vərˈdrɛivə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) uit het land verjagen
    Deze bevolkingsgroep is de voorbije oorlog uit dat gebied verdreven.
    Na de overwinning, die makkelijk behaald kon worden omdat de bewoners van de Oude Streek in hun slaap werden verrast, hadden de Steenlanders hen verdreven en alles verwoest wat nog aan de verslagenen herinnerde: bloemen, planten, bomen, huizen en nog veel meer. De Oude Streek bleef verlaten en doods achter. Net of er nooit iets had geleefd. {{Aut|Herzen, Frank

Etymologie

*afgeleid van drijven

Vertalingen

Engelsexpel
Duitsvertreiben
Spaansechar, expulsar, ahuyentar