verdieping
vrouwelijk (de)/vərˈdipɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het dieper maken
- een bepaalde diepte
- (bouwkunde) alle ruimten op één hoogte in een gebouwIk keek omhoog en telde twaalf verdiepingen. Wasrekjes met ondergoed en sokken hingen uit de ramen. Op de bovenste verdieping hing een donkere vrouw met haar armen over de vensterbank. Ze had een handdoek in haar haar geknoopt. {{Aut|Sandes, DavidHet eerste wat ik in South Lake Tahoe deed was het befaamde casinobuffet opzoeken op de 18e verdieping van het glanzende Harrah’s Hotel.Hij hoorde zijn zus en Olive de krakende trap naar de eerste verdieping op lopen en daarna de zoldertrap.
- het verdiepen van kennis of vaardighedenBij dit werkcollege hoorde nog een verdiepingsopdracht.
Etymologie
* van verdiepen
Vertalingen
Engelsdeepening, floor, storey
Fransapprofondissement, étage
DuitsVertiefung, Stock, Stockwerk
Spaansprofundización, ahondamiento, piso
Italiaansapprofondimento, piano
Portugeesaprofundamento, andar
Zweedsfördjupning, våning, plan
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek