verdienvermogen
onzijdig (het)/vərˈdiɱvərˌmoɣə(n)/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (economie) geheel van de inkomsten die men door betaald werk zou kunnen krijgenDe betrokken partijen stellen dat het doortrekken van de twee metrolijnen zorgt voor voordelen op het gebied van „internationale, nationale en regionale bereikbaarheid, woningbouw en het verdienvermogen van Nederland”.Op de aandelenmarkten is er nog weinig geloof in het verdienvermogen van banken.Investeringen in kanskracht leiden tot ‘fitheid’ op de arbeidsmarkt (meer kans op een baan) en weerbaarheid om met tegenslagen (verlies van een baan) om te gaan. Dat vergroot ieders verdienvermogen, en zo neemt ook de koopkracht toe.
Etymologie
*, als economische vakterm aangetroffen vanaf 1930 (zie vindplaats hieronder)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek