verbranden

/vərˈbrɑndə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) verteerd worden door vuur of hitte
    In de kachel verbrandde het houtblok langzaam.
  2. ov (ov) doen verteren door vuur of hitte; in de brand steken
    De Zweden dansen tijdens de midzomeravond om de meiboom en in andere landen worden vuren aangestoken om het verleden te verbranden.
    Hij had die brief gelukkig niet verbrand.
    In deze periode van het jaar zijn er altijd bosbranden in het Amazonegebied.De vuren zijn meestal aangestoken door boeren. Zij verbranden bossen om de grond leeg te maken. Die grond gebruiken ze dan voor akkerbouw en veeteelt. Er is zelfs een naam voor deze periode van het jaar. De Brazilianen noemen het quiemada. Dat betekent 'het branden'. Maar dit jaar is er een recordaantal bosbranden.Er zijn veel meer branden dan vorig jaar.

Etymologie

* afgeleid van branden

Vertalingen

Engelsburn
Fransêtre brûlé
Duitsverbrennen
Spaansquemar, abrasar, abrasarse