verbouwen
/vərˈbɑuwə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) anders bouwenHet huis werd totaal verbouwd.
- (ov) planten telenDe verbouwde bieten zaten barstensvol suiker.
Etymologie
*Afgeleid van bouwen
Vertalingen
Engelsconvert, cultivate
Franstransformer, cultiver
Duitsumbauen, bauen, anbauen
Spaansreformar, cultivar
Russischперестраивать, выращивать
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek