verbouw
mannelijk (de)/ˈvɛrbɑu/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bouwkunde) activiteit waarbij de constructie van een gebouw ingrijpend wordt veranderd
- (landbouw) activiteit waarbij een landbouwgewas wordt opgekweekt om het te kunnen oogsten
Etymologie
*: "verbouwen" zonder de uitgang -en
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek