verbleken
/vərˈblekə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (erga) alle kleur verliezenHij verbleekte toen hij het slechte nieuws vernam.
Etymologie
*Afgeleid van bleek
Vertalingen
Engelspale, fade
Fransablafardir, pâlir, blêmir
Duitserblassen, erbleichen
Spaanspalidecer, empalidecer, desteñirse
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek