verbindingslijn

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. wegen die zorgen dat twee delen van iets bereikbaar blijven
    «Laten we gaan», zeggen de anderen, en ze gaan op weg en nemen de brug in, rijden eroverheen en nu trekken ze met het hele leger aan deze kant van de Donau op naar ons, naar jullie en naar jullie verbindingslijnen.
    Hebe Kohlbrugge zette tijdens de Tweede Wereldoorlog een illegale verbindingslijn op met Zwitserland, de zogenoemde Zwitserse Weg. De inmiddels hoogbejaarde theologe kreeg daar na de oorlog de Bronzen Leeuw voor en de Amerikaanse Medal of Freedom.
  2. touw waarmee twee zaken aan elkaar vastzitten
    De klap op het water leidt bij geen van de bemanningsleden tot ernstig letsel. Vlieger Martens lukt het nog uit de NH90 te klauteren, maar ze overleeft het niet. Ze raakt verstrikt met een verbindingslijn aan de helikopter, blijkt als toegesnelde collega’s haar na 21 minuten uit het water halen.
  3. communicatie middel tussen verschillende mensen of zaken

Vertalingen

Engelsline of communication