verbinden

/vərˈbɪndə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) twee of meer onderdelen aan elkaar vastmaken
    De twee schepen werden met een kabel verbonden.
  2. met iets of iemand contact maken via de telefoonlijn
    Vroeger moest je met de hand verbonden worden door een telefoniste.
  3. onlosmakelijk met elkaar samengaand
    De Nationale 7 is verbonden met de opkomst van de auto in de jaren twintig en dertig. Destijds hadden auto's kleine brandstoftanks en gingen ze vaak kapot. Daarom barst het langs de route van de pompstations en garages, veelal opgetrokken in een betonnen art-decostijl, destijds het toppunt van moderniteit. Vele zijn vervallen, sommige zijn gerestaureerd, zoals een klassiek pompstation in Valence. Het mooiste voorbeeld van deze stijl ligt strikt genomen niet aan de Nationale 7: de Citroëngarage in Lyon.
    Dat ik opnieuw moest leren om mijn zintuigen open te stellen en mijn innerlijke instincten te verbinden met de natuur.
  4. ov, medisch (ov) (medisch) behandelen door het aanbrengen van verband
werkwoord
  1. refl (refl) zich ~ tot een dwingende verplichting aangaan
    Hij weigerde zich ertoe te verbinden.

Etymologie

*afgeleid van binden

Vertalingen

Engelsconnect, connect, bind
Fransjoindre, connecter, raccorder
Duitsanschlieβen, verbinden, verbinden
Spaansacoplar, conectar, enganchar