veranderlijkheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het (snel) kunnen veranderen
    Mijn geachte tegenvoeter lijkt ook niet veel oog te hebben voor de snelle veranderlijkheid van de kiezersgunst in de laatste twintig jaar. De VVD van Rutte stond anderhalf jaar geleden op twaalf zetels in de peilingen, vijf minder dan de PvdA van Cohen nu. Partijvoorzitter Opstelten werd half voor gek verklaard, toen hij in die periode de ambitie uitsprak 35 zetels te halen. Tubantia Hans Goslinga 18-12-10 [https://www.tubantia.nl/binnenland/cohen-kan-met-nieuwe-doorbraak-succes-boeken~ac8be396/ Cohen kan met nieuwe doorbraak succes boeken]
    "Zijn schrikwekkend vermogen zich onophoudelijk te vernieuwen, te 'renoveren' dus, is in tegenspraak met alle wetten van jong zijn en oud worden," schreef de fameuze journalist en auteur Joseph Roth toen hij in 1929 de Kurfürstendamm bezocht. "Onveranderlijk is zijn veranderlijkheid. Lankmoedig is zijn ongeduld, volhardend zijn onbestendigheid." Zo is het, weten we nu, niet alleen met de Kurfürstendamm, maar met héél Berlijn. HP de Tijd 10/07 | 2009 [https://www.hpdetijd.nl/2009-07-10/wir-touristen-vom-bahnhof-zoo/ Wir Touristen vom Bahnhof Zoo]
  2. iets dat snel verandert

Etymologie

* afleiding van veranderlijk

Vertalingen

Engelsinstability, variability, inconsistancy
Spaansvariabilidad