ventiel

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. werktuigbouwkunde (werktuigbouwkunde) klep waardoor een gas of vloeistof in of uit een ruimte kan stromen
  2. muziek (muziek) inrichting in sommige muziekinstrumenten om het instromen en ontsnappen van de lucht te regelen en daardoor de toonhoogte te veranderen

Etymologie

* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘luchtklep’ voor het eerst aangetroffen in 1641

Vertalingen

Engelsvalve, piston valve
Spaansválvula, pistón