velg

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈvɛlᵊx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. techniek (techniek) de buitenrand van een wiel waar de band omheen zit
    De velg van dat wiel was helemaal versleten.

Etymologie

* In de betekenis van ‘buitenrand van wiel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1364

Vertalingen

Engelsrim
Fransjante
DuitsFelge
Spaansllanta
Italiaanscerchione
Portugeesaro
RussischКолесо
Japansリム (機械)
Poolsfelga
Zweedsfälg
Deensfælg