veldloper
mannelijk (de)/ˈvɛltlopər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (sport) renner op parkoersen buiten, met natuurlijke hindernissenBekele is de beste veldloper aller tijden, met elf mondiale crosstitels: zes op de lange afstand en vijf op de korte.
Etymologie
*afgeleid van veldlopen , op te vatten als
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek