velaar
mannelijk (de)/veˈlar/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (fonetiek) spraakklank die met een deel van de tong tegen het zachte gehemelte gevormd wordt
Etymologie
* In de betekenis van ‘spraakklank geproduceerd door met de tong contact te maken met het zacht gehemelte’ voor het eerst aangetroffen in 1902
Vertalingen
Engelsvelar
Fransvélaire
Spaansconsonante velar, velar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek