veinzen
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) zich onecht voordoen, iemand in de waan trachten te brengenHij veinsde er niets mee te maken te hebben, ook al was hij de voornaamste boosdoener.
- (ov) voorwenden, valselijk doen blijkenHij veinsde een lachje
Etymologie
* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘huichelen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240
Vertalingen
Engelspretend, simulate, feign
Fransfeindre, faire semblant
Duitsvorgeben, tun (als ob), heucheln
Spaansfingir, disimular, aparentar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek