veiligheidskettinkje
/ˈvɛiləxhɛitsˌkɛtɪŋkjə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- dunne keten die de uiteinden bij de sluiting van een armband of halsketting verbindt, zodat die niet meteen valt als de sluiting losraakt
Etymologie
*veiligheidsketting
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek