veepest

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. ernstige, besmettelijke veeziekte veroorzaakt door een virus dat in 2010 is uitgeroeid
    Rond 1713 werd Heiloo en omstreken geteisterd door de veepest. Wanhopige, katholieke boeren trokken op het Hoogfeest van Maria's Onbevlekte Ontvangenis naar de plek waar de kapel en de put ooit hadden gestaan om te bidden voor hulp.

Vertalingen

Engelscattle-plague, rinderpest