veel

/vel/

Betekenis

telwoord
  1. groot in hoeveelheid
    Er was veel regen gevallen.
    Daar is veel discussie over.
    Na veel passen en meten werd duidelijk dat we om en om op onze zij moesten gaan liggen.
  2. groot in aantal
    Die vele fouten begonnen hem op zijn zenuwen te werken.

Etymologie

:Oost: : filu

Uitdrukkingen

  • niet veel soeps zijn
  • te veel hooi op de vork nemen
  • veel in de melk te brokkelen hebben
  • veel in zijn mars hebben
  • veel poespas maken
  • veel stof doen opwaaien
  • veel noten op zijn zang hebben
  • veel vijven en zessen hebben

Vertalingen

Engelsmuch, lots, plenty
Fransbeaucoup
Duitsviel, viele, vielen
Spaansmucho, mucha
Italiaansmolto
Portugeesmuito