veekoek
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (veeteelt) koek van lijnzaden waaruit de olie is geperstHij nam de veekoek en brak ze al in stukken.[http://books.google.nl/books?id=5Sp4AAAAQBAJ&pg=PT65&lpg=PT65&dq=veekoek&source=bl&ots=s2oGmpp-n7&sig=weRzXk8jqJ61oTF4G_1McVNsJ5o&hl=nl&sa=X&ei=15hzUvOUENDTsgav_4DQCQ&ved=0CEcQ6AEwBTiMAQv=onepage&q=veekoek&f=false Theun de Vries (1978), De vogels om het erf, Querido]
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek